DUITSE SPRAAKKUNST

Elementaire oefeningen

Zelfstandige naamwoorden - Substantive
  1. Geslacht - Genus
    1. Oefening 1
    2. Oefening 2: dubbel geslacht met betekenisverschil
  2. Meervoud - Plural
    1. Oefening 1
    2. Oefening 2
    3. Oefening 3
  3. Verbuiging - Deklination
    1. Oefening 1
    2. Oefening 2