De oefeningen zijn bedoeld voor wie al de elementaire Duitse grammatica onder de knie heeft en zijn kennis aan de praktijk wil toetsen.

 

Lidwoorden en voornaamwoorden
Artikel und Pronomen
Zelfstandige naamwoorden
Substantive
Bijvoeglijke naamwoorden
Adjektive
Werkwoorden
Verben
Voorzetsels
Präpositionen
Naamvallen
Fälle
Gebruik van als, wenn, wann

 

Let erop dat je wel degelijk hoofdletters, de umlaut en de ß gebruikt waar nodig.

Als je klavier geen ß-toets bevat, druk dan telkens [alt]225.

Bij een Mac gebruik je de optietoets [alt]b.

Om de umlaut te vormen gebruik je het trema.

De nieuwe Duitse spelling werd voor deze oefeningen gebruikt.